Visie

Hoofdstuk 4

Visie

4.1 Inleiding
In dit hoofdstuk staat de visie van de Kring op de rol van de verloskundig zorgverlener en de organisatie verloskundige zorg beschreven. Een visie is een consistente blik op de toekomst en geeft de gewenste situatie aan. Het is als het ware een foto van de situatie die de organisatie nastreeft.

4.2 Visie
De eerstelijns verloskundig zorgverlener draagt zorg voor de begeleiding van zwangerschap, bevalling en kraambed van de zwangere, haar partner en haar (ongeboren) kind. Zij/hij ondersteunt hen op psychisch, sociaal en fysiek vlak, waarbij het opsporen van risico’s omtrent de zwangerschap, baring en in het kraambed het grootste doel op fysiek vlak is, direct gevolgd door welzijn en een goede voorbereiding op, en start van het ouderschap. Zij/hij draagt er zorg voor dat de zwangere en haar partner goed voorbereid zijn op de aanstaande bevalling, zich veilig voelen binnen de praktijk, de voor hen meest wenselijke plek voor de geboorte van hun kind kunnen kiezen en adviseert hen hierin. De wens van de cliënte en partner staat hierin centraal.

Doel
Een zo goed mogelijke uitkomst voor moeder, vader en kind op fysiek en psychisch niveau. Beide partners zo begeleiden dat zij hun eigen verantwoordelijkheid in het proces leren zien en durven nemen.

4.3 Visie van de Kring op de organisatie van de zorg

Op praktijkniveau dragen de verloskundige en haar eventuele collega’s zorg voor een eenduidig beleid en eenduidige benadering naar de cliënten toe. Dit betekent niet dat men hetzelfde is, maar wel hetzelfde handelt. Het streven is dat de cliënt alle verloskundigen die haar en haar partner begeleidt leert kennen tijdens de zwangerschap. Er zijn duidelijke werkafspraken en protocollen. Er is een regelmatig onderling om cliënten te bespreken en afspraken te maken. Het bestuur streeft naar een draaiboek voor eventuele waarnemers en stagiaires, zodat ook deze op de hoogte zijn van de afspraken, protocollen en samenwerking met de huisarts, apotheek, ziekenhuis en andere zorgverleners rondom moeder en kind.

Op Kringniveau wonen de verloskundigen de bijeenkomsten zoveel mogelijk bij en zorgen voor een goede rapportage naar collega’s die niet aanwezig zijn. De geagendeerde punten worden binnen de praktijken zoveel mogelijk voorafgaand aan de bijeenkomst doorgenomen, zodat de praktijken een zo mogelijk eenduidig standpunt binnen de Kring naar voren kunnen brengen. De Kring streeft naar onderlinge afspraken betreffende protocollen, verwijzingen, werkafspraken met het doel dat alle cliënten binnen het werkgebied van de Kring op dit gebied een gelijke behandeling tegemoet kunnen zien. De Kring heeft afspraken omtrent het werkgebied van de verschillende praktijken. (zie:“afspraken omtrent werkgebied van de verloskundigen praktijken binnen de verloskundigen Kring De Betuwe“) Bovenstaande punten hebben mede als doel dat het streven van de leden van de Kring is elkaar te respecteren en samen te werken.
Op het niveau van de verloskundige keten zet de eerstelijns verloskundig zorgverlener zich in om deze zo vloeiend mogelijk voor de cliënt te laten verlopen. Dit doet zij/hij door actief deel te nemen aan het VSV door aanwezigheid tijdens de bijeenkomsten, rapportage en overleg met de collega’s op praktijk- en Kringniveau, mee te denken tijdens de ontwikkeling van werkafspraken en protocollen en door actief deel te nemen aan werkgroepen. Om deze keten zo vloeiend mogelijk te laten verlopen zullen de eerste en tweedelijns zorgverleners elkaar inzicht geven in hun cijfers. Op deze manier kan de kwaliteit van zorg in de keten geëvalueerd en zonodig aangepast worden. Het is niet de bedoeling dat we elkaar dan be- of veroordelen, maar onze identiteit laten zien en kijken waar verbetering van toepassing is en hoe. Naast het VSV bestaat een vloeiende verloskundige keten ook uit het contact met de andere zorgverleners om de zwangere heen. Denk aan de contacten met huisarts, apotheker, fysiotherapeut, JGZ. De verloskundig zorgverlener stelt hen op de hoogte van protocollen en werkafspraken die voor hen van toepassing kunnen zijn, zij/hij houdt hen op de hoogte van ontwikkelingen binnen de individuele zorg die voor hen belangrijk kunnen zijn.

4.4 Kwaliteit

De verloskundig zorgverlener is zelf verantwoordelijk voor het leveren van kwalitatief goede zorg op individueel en praktijk niveau. Dit betekent dat zij/hij zich bij blijft scholen, op de hoogte blijft van ontwikkelingen binnen de verloskunde. Kwaliteit leveren betekent niet altijd met alle nieuwe ontwikkelingen mee gaan, maar er wel van op de hoogte zijn en de mogelijkheid bieden aan de cliënt om sommige onderdelen van de zorg elders te kunnen „halen“. Hierbij is goede organisatie en rapportage erg belangrijk. Het is belangrijk dat elke zorgverlener zich continu af blijft vragen welke onderdelen van de zorg zij/hij wil en kan leveren. Hierbij kunnen persoonlijke afwegingen op ethisch vlak bijvoorbeeld een grote rol spelen, of het afwegen waar ben ik goed in en waar een ander beter? De eigen identiteit van een zorgverlener mag er altijd zijn en blijven als het volledige zorgpakket maar aanwezig is.

Copyright Verloskundigenkring "de Betuwe" © 2011 -
Website gemaakt door: Henk Schoots